 Op Mensenmaat - Socialisme zonder blauwe plekken. Boek van Peter Mertens.
Peter Mertens (°1969, socioloog van opleiding) is voorzitter van de PVDA en als dusdanig toch wel een beetje het boegbeeld van de vernieuwing van die partij sinds enkele jaren. Zijn visie op het socialisme anno 2009 schreef hij neer in 'Op mensenmaat. Stof voor een socialisme zonder blauwe plekken.' (Epo, 2009). Het zal wel niet toevallig zijn dat dat boek verscheen kort voor de verkiezingen (7 juni). En het zal ook niet toevallig zijn dat het boek een poging lijkt te zijn om concreet en bevattelijk uit de doeken te doen waar hij en z'n partij voor wil gaan. Het is niet toevallig dat het doelpubliek de (weliswaar redelijk geïnformeerde en redelijk denkende) 'gemiddelde mens' is; niet de die-hard Communist of de 'linkse intellectueel'. Ikzelf deel me in bij deze laatste soort en zou me derhalve van deze bespreking kunnen kwijten door te stellen dat het boek niets bevat dat ik al niet wist; geen analyse bevat die ik niet zelf diepergravend of theoretisch verfijnder zou hebben kunnen maken... Maar zo makkelijk kom je van Mertens niet af.
Geen haarkloverij
Ik kan niet zeggen: “het stoort” me, maar het is ondertussen wel cliché geworden om je relaas te doorspekken met anekdotische gevallen (een mannier van doen die je ook bij Eric Debruyns recente boek terugvindt en waarop programma's als 'Koppen en Koppen XL' een patent hebben genomen); genre: ' André van achter de hoek, vertelde me laatst dat ie steeds nog wat maand overhoudt als z'n loon op is...' Met dat soort stijl prijs je je uit de markt als het over bellettrie gaat, maar het schijnt te werken en Mertens (- in tegenstelling tot ‘Koppen’ bijvoorbeeld-) gaat wel even verder en durft er structuren en machtsverhoudingen achter te zien.
Daarmee meen ik de grootste verdienste van dit boek te hebben kunnen duiden: concreet, bevattelijk, maar marxistisch onderbouwd en de zaken bij naam noemend. En als ik de vernieuwing bij de PVDA goed inschat, past dat daar wonderwel in: geen belerende theorieën meer of abstract-al-te-abstract klieven van de haartjes, maar desalnietemin stand houden aan de marxistische roots en visie.
Heilig
Laat me dan wat ingaan op de concrete inhoud van het boek. In deel één gaat Mertens een paar heilige huisjes te lijf. Dat privatiseren geen keuze, maar een nootlot is/was, bijvoorbeeld; en als niet: dan tenminste 'verplicht door Europa' (alsof de EU niet berust op politieke en andere beslissingen die dus ook anders zouden kunnen worden genomen). Dat de regelloosheid van de financiële markten die tot de crisis hebben geleid, niet te voorziene ontsporingen zijn van het neoliberalisme, en niet -zoals in de echte wereld is gebeurd: een doelbewuste politiek. Idem dito: de speculatie op de beurs die tot hebzucht zou hebben geleid. Het afschaffen van de regeltjes was officiële politiek, zegt Mertens daarover: “... gisteren heeft de staat de beurs bewust gepromoot, de openbare diensten verkocht en de regelgeving afgebroken. Vandaag neemt ze de verliezen op zich. Men mag alles zeggen over de staat, maar niet dat ze geen rolletje heeft gespeeld.” (P56)
Het neoliberalisme is/was m.a.w. Niet het 'terugtrekken' van de staat, maar een het buitenspel zetten van de staat als een beslissing van de staat zelf! Dialectisch: minder staatsinterventie/meer neoliberalistische vrije markt = staatsinterventie. Ergo: als de kritiek op het Communisme is dat het niet haalbaar en -ondanks z'n morele superioriteit (gelijkheid)- toch niet wenselijk is omdat het de vrijheid zou inperken; dan levert het kapitalisme hier het tegenbewijs.
Niet dat Mertens dat zo verwoord; hij blijft concreet.
De mensen
De heilige huisjes gestormd hebbende en er dus niet meer door belemmerd, gaat hij in deel twee door op de centrale slogan van de PVDA: 'Eerst de mensen, niet de winst'. Het neoliberalisme/het kapitalisme bewijst zijn eigen ongelijk en kan dus niet meer staande houden dat winstmaximalisatie (de 'kapitalistische logica') uiteindelijk voor de meeste welvaart zal zorgen voor iedereen. We moeten m.a.w. niet meer bang zijn om doelbewust op het uiteindelijke doel af te gaan – zijnde het welzijn van de mens. De 'omweg' via beurs, winst en tuti quanti is niet alleen logisch onnodig (contradictorisch) maar ook in de praktijk: zever!
Derde weg
In deel drie (Het orkest van de Titanic) gaat Peter Mertens daar verder op in. Eigenlijk -steeds weer vertrekkend vanuit de concrete, actuele werkelijkheid- maakt hij hier de kritiek van de 'derde weg van de sociaal democratie'. Het is de kritiek van die moreel begrijpbare, maar materialistisch gezien onmogelijke evenwichtsoefening van die politieke strekking die het kapitalisme niet meer wil aanvallen, maar nog slechts een menselijk (sociaal) gelaat wil geven: het geloof in een sociaal kapitalisme. D.w.z. wel kritisch t.o.v. het kapitalisme, maar dan toch weer niet fundamenteel;... in naam van de realiteitszin.
In dit hoofdstuk gaat hij bijvoorbeeld in op de kritiek die (kleine) aandeelhouders hadden op de Fortis-uitverkoop en wijst er fijntjes op dat die kritiek niet wijst op een fundamenteel meningsverschil t.o.v. het gebeuren, maar op een nuanceverschil (' een scheuring BINNEN het kapitalisme'). Hij wijst er op dat het Keyneaanisme niet tegenover het neoliberalisme staat, maar varianten van elkaar zijn. Hij wijst er op dat 'hebzucht' niet de financiële markten heeft laten instorten, maar de interne logica van die markten zelf wel. Hij herinnert er ons aan dat het monopolyspel niet alleen winnaars oplevert, maar ook verliezers; per definitie! En op straffe van banalisering. Het is met andere woorden onmogelijk het financiënkapitaal te bestrijden zonder ook het kapitalisme zelf aan te vallen.
Hij wijst er ook op dat 'andersoortige' derde wegen – de 'groene' bijvoorbeeld- wel eens ziek zouden kunnen zijn in hetzelfde bedje: als je klimaatplannen hebt en die marktconform wil aanpakken met CO2 quota, dan leidt dat niet tot een reductie van de CO2 uitstoot, maar tot CO2-quota-speculatie én -zo zou ik willen benadrukken: - tot verscherping van de ongelijkheid op wereldschaal.
verkiezing
Het vierde deel van het boek heet 'De toekomst begint nu'. En vooral hier toont Mertens zich een verkiezingsstrateeg. Hij trapt in de val van z'n tegenstanders die elke kritiek pareren met de vraag: “wat zou je dan zelf willen? I.p.v. altijd maar negatief te doen (kritiek te geven): zeg eens wat positiefs.” Niet dat hij melig wordt, maar 'zelfvertrouwen, samenhorigheid’ e.d. als antwoord, klinken mij teveel in de oren als compromis -te weinig radicaal-, als propaganda in een verkiezingsstrijd -te weinig radicaal-, te veel als 'realistisch op andermans voorwaarden' -te weinig kritisch,... te weinig negatief in termen van Adorno en Horkheimer, te weinig 'alle waarden omgekeerd' in termen van Nietzsche, te weinig 'subversief alleen al omwille van het maken van een analyse' in termen van Marx (in z'n voorwoord tot 'Das Kapital'). En dan alweer: dat was de bedoeling niet van het boek en niet op maat van het doelpubliek van het boek, daar hoor ik niet toe; en als dat de keuze was van Mertens, dan geef ik hem geen ongelijk.
Jaak Perquy
www.petermertens.be de uitgeverij EPO
|