 Op 2 maart woonden meer dan 1000 leden en genodigden de slotsessie bij van het achtste congres van de PVDA. Ook de KP kreeg officiële uitnodigingen. Sinds de KP op sommige regionale niveaus én op nationaal niveau gesprekken voert met de PVDA (in een vriendschappelijke, kameraadschappelijke sfeer) gingen we op die uitnodiging in. Het achtste congres was volgens eigen zeggen het congres van de vernieuwing; of meer nog: het congres dat de vernieuwing van de partij die al een paar jaar bezig is, moest consolideren en uitdiepen.
Presentatie
Het congres had enige tijd geduurd en speelde zich af op de verschillende niveaus. Leden, mandatarissen, partijverantwoordelijken, … hebben in verschillende sessies gedebatteerd om tot de conclusies te komen die op 2 maart werden voorgesteld en toegelicht. Die slotsessie van 2 maart was dus een presentatie en een show (ik bedoel dat helemaal niet negatief); in een strakke regie.
Logo
Een van de eerste dingen die men deed was het onthullen van de nieuwe logo’s van de partij. Geen hamer en sikkel meer, maar een rode ster, waarin een gele, naar links wijzende pijl is verwerkt; en een klein-beetje-gekanteld vierkant met een witte ster (waarin opnieuw dat gele pijltje) en de naam. Mij kan het niet bekoren. Maar wie ben ik.
Men heeft blijkbaar geoordeeld dat een hamer en sikkel teveel negatieve emoties oproept bij het doelpubliek dat men voor ogen heeft. Een toegift aan spindokters die in hun marketinglogica alleen maar oog hebben voor perceptie; ongeacht of deze gestuurd is door emoties of platitudes, of door inzicht of een goed begrip. Maar soit, een symbool is maar een symbool en of het vervangen van een symbool een verandering van de ideologische koers inhoudt, kan alleen blijken uit de bakens die men op dat vlak uitzet; de inhoud dus.
Fouten
In duidelijke bewoordingen op de bijeenkomst, maar ook duidelijk in gesprekken die ikzelf daar, tijdens de autorit er naartoe en op andere gelegenheden met militanten van de partij voerde, heeft de PVDA het over ‘fouten in het verleden’ en ‘andere manieren van werken’. Men geeft toe dat die fouten gebeurden en men heeft aan die fouten niet meer te willen maken en dan gaat het over dogmatisme en sektarisme.
Geen ‘alternatieve’, aparte eigen comités meer voor brede platforms. Ook niet als die platforms, juist omwille van het feit dat ze breed zijn, niet zo radicaal zijn als men misschien zou willen? Ook geen pogingen meer om platforms waar men wel bij betrokken was, naar hun eigen hand te zetten? Geen dogmatische haarkloverij meer over een puntje of een komma? Geen verborgen agenda’s meer? (Ja, de PVDA had op dat soort vlakken een kwalijke reputatie) Het zal in de praktijk moeten blijken. Die gesprekken met militanten, die wellicht minder malen over hun reputatie dan de vrijgestelden én de concrete handelswijze van de partij -sinds zeg maar het laatste jaar- wijzen er toch op dat het hen menens is.
3000 leden
Hetgeen we de PVDA altijd hebben benijd, we geven het toe, is het groot aantal leden en vooral het groot aantal actieve leden die ze hebben. Op die slotsessie van het congres stelden ze hun 3000ste lid voor en maakten duidelijk dat ze voor nog een paar duizend leden extra willen gaan. Die hele vernieuwingsoperatie staat eigenlijk in dat licht (en in het licht van een electorale doorbraak natuurlijk): de partij toegankelijk(-er) maken, ook voor mensen die geen communistische-die hards zijn.
Marxistisch?
Maar: wat heeft men er voor over? Qua imago en stijl, maar ook qua concrete actiepunten, heeft de PVDA een voorbeeld genomen aan de SP in Nederland (die vroeger overigens net als de PVDA ‘maoistisch’ was). Maar de vraag daarbij is: is de SP in Nederland nog een socialistische partij, of is het een linkse populaire, of zelfs populistische sociaal-democratische partij geworden?
Los van het antwoord daarop, is de vraag: hoe ver gaat de PVDA. Op het congres vielen alleszins de woorden ‘socialisme’ en ‘marxisme’ wèl.
Uit de gesprekken die we als ‘top’ van de KP voerden met de ‘top’ van de PVDA, blijkt overigens ook dat men de ‘vernieuwingsoperatie niet mag zien als het afzweren van de communistische grondslagen van de partij.’ Gesprekken met gewone militanten nog steeds als graadmeter nemend voor hetgeen echt is doorgedrongen in de gelederen, wijzen in dezelfde richting: “De vernieuwing is strategisch en tactisch, maar we blijven natuurlijk marxisten én leninisten.”
Concreet
Verder dan: de concrete, inhoudelijke voorstellen die de PVDA tegenwoordig doet. Ze hebben veel geleerd van de efficiënte manier van werken van een aantal van hun mandatarissen in een aantal gemeenteraden en van het succes dat dokter Van Noppen heeft met zijn ‘kiwimodel’.
Het gaat steeds over concrete voorstellen (geen theoretische beslommeringen) over zaken die er bij het grote publiek direct toe doen. Voorstellen dus, die als ze handig aangepakt worden nu een verschil kunnen maken (zonder dat men daarvoor eerst de grote revolutie heeft moeten doorvoeren). Voorstellen op het vlak van de gezondheidszorg, werkgelegenheid en werkomstandigheden, ontwikkelingssamenwerking en (internationale) solidariteit en vooral koopkracht.
Dialectisch evenwicht
Het valt voor communisten daarbij op dat men soms verregaand de kapitalistische grondbeginselen van vrije markt en concurrentie lijkt te aanvaarden. Anderen wijzen dan weer op de ‘realiteit’ van het kapitalisme en op het feit dat er niets verkeerd is met het gebruiken van de interne tegenstellingen binnen het kapitalisme, als het de mensen maar ten goede komt.
Het is een evenwichtsoefening en daar zouden dialectisch denkende communisten m.i. niet bang van hoeven te zijn.
Unitair
Tenslotte bevestigde de PVDA op de slotsessie van het congres nogmaals dat ze als enige in België, een unitaire partij zijn en willen blijven. Dat blijkt ook uit hun optreden, de partijstructuren en bijvoorbeeld ook uit de samenstelling van het partijbestuur, met Peter Mertens als nieuwe voorzitter en Raoul Hedebouw als nationaal woordvoerder.
KP-perspectief
Niet dat ik de pretentie heb te geloven dat de PVDA zit te wachten op een oordeel of dat u als lezer niet voor uzelf kunt denken, maar ik wil toch besluiten vanuit ‘KP-perspectief’: de vernieuwingsoperatie van de PVDA lijkt moedig, grondig, serieus en verregaand (voorbij window dressing) én positief. We moeten die evoluties blijven opvolgen en er blijft m.i. ruimte voor gesprekken/samenwerkingen op verschillende gelegenheden en niveaus.
Wat dat laatste betreft verwijs ik ook naar de mei-avondfeest in Antwerpen (30 april, 20h, Zeemanshuis, zie link).
Jaak Perquy.
PVDA, Lemonnierlaan 171, 1000 Brussel. pvda@pvda.be , www.pvda.be . Je kan er o.a. het nieuwe ‘Zakboekje van de vernieuwde PVDA’ krijgen: ‘Links voor de raap’.
Website van de Pvda
|