Logo KP Kommunistische partij
Louis Van Geyt en de politieke crisis.
(8/4/2008)

„De sociale machten moeten zich roeren!“

Interview in de Drapeau Rouge

Toen de regering Leterme I nog niet bestond, werd Louis Van Geyt geïnterviewd in Le Drapeau Rouge over de hete hangijzers van de Belgische politiek. Ondanks de tijd die erover is gegaan heeft het interviewd nog niks aan actualiteit ingeboet. Een vertaling:

Louis Van Geyt is Brusselaar, maar Antwerpenaar van oorsprong, en deelt z’n leven met Claudine, een ‘franco-ardennaise’. Hij was voorzitter van KPB-PCB tot in 1989. Terwijl hij zojuist zijn 80e verjaardag heeft gevierd, levert hij ons hier een heldere analyse van crisis die ons land ondergaat sinds de verkiezingen van 10 juni 08

Le Drapeau Rouge: Hoe interpreteert u de stemming in de Commissie van de Kamer met betrekking tot BHV, die de Vlamingen tegenover de Walen heeft geplaatst?

Louis Van Geyt: Weliswaar heeft de gebeurtenis nauwelijks een precedent in België. Maar men mag niet dramatiseren. Het is vooral tekenend voor de ruwheid waarmee de strijd gevoerd wordt voor een herverdeling van bevoegdheden en middelen; een strijd die woedt binnen het establishment, nl. tussen de oude belgicistische meerderheid (van eerder ‘francofone aard’), en de „challenger“, die door een deel van de Vlaamse werkgevers wordt voorgesteld.
Belangwekkender is dat de meeste politieke vertegenwoordigers van de arbeidersbeweging, aan weerskanten van de communautaire grens, zich in deze escalatie inschrijven en dat de autonome stem van de sociale- en vakbondskrachten zowel in het Noorden-, het Zuiden, als in het Centrum, die bezorgd zijn over de solidariteit op Belgisch niveau, wat in de verdrukking geraken .

LDR: Is dat echt zo nieuw?

LVG: Ja, als men het belang van de inzet in overweging nemen. De tijd lijkt voorbij dat de stem van de arbeidersbeweging, in onderhandelingen van dit belang, over de verhoudingen tussen gemeenschappen, de toekomst en de aard van de sociale betrekkingen in ons land, een belangrijke zeg hadden. De krachtsverhoudingen tussen grote partijen en de politieke bewegingen en de vakbondswereld zijn ingrijpend gewijzigd, zelfs op hun kop gezet. Vroeger namen de partijen over belangrijke onderwerpen stelling nàdat ze advies hadden gevraagd van de vakbonden. Nu is eerder het tegengestelde waar: het zijn de vakbonden die vaker hun posities aanpassen aan de beleidsbeslissingen.
Iemand als Georges Debunne die de standpunten van de arbeidersbeweging liet wegen op de koers van de dingen, lijkt niet meer van deze tijd. Deze gang van zaken is voorbij. Ons land past zich uitstekend in, in de huidige neo-liberale mondialisering. En verder weegt de Internationale Arbeidsorganisatie –vroeger een geëerbiedigde en gehoorde organisatie, niet meer door , en is zelfs in de feiten verwijderd van de internationale onderhandelingen ten voordele van de alle-machtige Wereld Handelsorganisatie.

LDR: Denkt u dat de ‘separatistische tendensen’ slechts de vertaling zijn van de werkgeversbelangen om het Belgisch sociaal systeem te ontmantelen, in het kader van een verderschreidende globalisering?

LVG: Natuurlijk zou de ontmanteling van het Belgisch sociale systeem ernstige gevolgen hebben voor de werknemers en de uitkeringstrekkers van de drie landsdelen. Het is dus niet verwonderlijk dat de verschillende kapitaalsgroepen verschillende graden van zo’n ontmanteling aanhangen. Als de crisis ons tot een Noord/Zuid-breuk leidt, dan is het duidelijk dat de Vlaamse-Kapitaalsvleugel, met zijn transnationale bondgenoten, daarvan zal profiteren om zijn heerschappij te versterken, terwijl haar partners /concurrenten in Wallonië en Brussel de verarming van „hun“ gebieden zullen aangrijpen om zoveel mogelijk te rationaliseren en te privatiseren.
Laten we niet vergeten dat dit alles gebeurt in een context van grote veranderingen in het economisch-, en financieel landschap van ons land. Die veranderingen worden vooral gekenmerkt door „een belangrijke denationalisering“ van de traditionele Belgische groepen. Met sneltreinvaart vallen sleutelsectoren (Suez-Electabel, Mittal-Arcdor, Axa-Royale Belge, ING…) in handen van het transnationaal kapitaal en worden kleine en gemiddelde, vooral Vlaamse werkgevers meegezogen in zeer tacheriaanse tendensen.
In dit opzicht blijkt de overname van de Société Génerale door Suez een kantelmoment te zijn geweest. Het gevolg daarvan was onder meer dat België een van de zeldzame landen is geworden – als al niet het enige in West-Europa, dat de beslissingen op het vlak van energie uit nationale handen heeft gegeven.
Maar van een ander kant, zou het een fout zijn om de crisis daartoe te reduceren. Marx indachtig, moeten we de zaken in een historisch perspectief zien en kunnen wij niet vergeten welke rol de strijden voor het algemeen kiesrecht en het verplichte onderwijs gespeeld hebben voor de bewustwording en de ontwikkeling van het Vlaamse volk.
Ook bij andere volkeren die lange tijd miskent zijn geweest, gaat dat soms gepaard met tendensen die anderen verwerpen of zelfs misprijzen.

LDR: Wat was historisch gezien, de benadering van KPB-PCB ten aanzien van de nationale vraag, en meer precies van de Belgische communautaire vraag?

LVG: Ongeveer midden jaren ‘30 hebben de Belgische Communisten een samenhangende positie uitgewerkt over de nationale vraag, die rekening hield met het feit dat België twee volkeren verenigt – het Vlaamse en het Waalse – en dat beide gemeenschappen rechten (moeten) hebben in de hoofdstad, Brussel. In deze periode stond de KPB- PCB „een unitair federalisme“ voor dat op een bicommunautaire werkelijkheid was gebaseerd, zonder echter de Duitstalige minderheid te vergeten. Dit alles met een sterke nadruk op de niet te scheiden concepten van gelijke rechten en solidariteit tussen de landsdelen. Deze opvatting heeft tot het eind van de oorlog en de bezetting van 1940-45 de overhand gehad en werd opnieuw bevestigd door het Congres van Vilvoorde (1954).
Deze terugkeer naar de samenhang maakte een eind aan de weinig realistische fase van ‘unitarisme’ dat vooral ingegeven was door gevoel van eenheid t.o.v. van de Nazi-bezetter en het Amerikaanse hegemonisme daarna.

LDR: Welk verband ziet u tussen de huidige dossiers en het klimaat van vreemdelingenhaat dat in België, en in het bijzonder in Vlaanderen regeert?

LVG: Zoals in elk conflict m.b.t. de nationaliteit, taal, territoriale grenzen of sociale winsten, ontstaan er onderstromen van ultranationalisten die de „anderen verwerpen“. Dit wordt vooral in Vlaanderen waargenomen waar eenextreem-rechterzijde aan het werk is die zich afzet tegen enerzijds de “Franstalige indringers“, en anderzijds tegen de Europese en vooral buiten-Europese immigranten. In de Franstalige gemeenschap, is dit soort verschijnsel gelukkig tot hiertoe marginaal gebleven.

LDR: Men spreekt over de mogelijkheid van „een historisch compromis“ in het dossier BHV en een nieuwe institutionele en politieke configuratie van het land; welk soort compromissen zouden volgens u een kans maken om de huidige taalkundige en institutionele confrontaties duurzaam te overwinnen?

LVG: We moeten inzien dat de huidige situatie in BHV onhoudbaar is geworden. Het is tijd om de gemeenten van BHV ‘zonder faciliteiten’ “ten volle op te nemen in Vlaanderen“ op electoraal en rechterlijk vlak; ook om „de faciliteiten“ voor de Franstaligen van de zes gemeenten te consolideren. Dit eventueel, met garanties van de Raad van Europa, bijvoorbeeld.
Wat „de territoriale aanpassingen betreft“, kan men geen abstractie maken van het feit dat men vanuit Waalse kant het (sinds Bovesse ) steeds heeft gehad over de taalkundige onaantastbaarheid van zijn „bodem“. Daarom geloof ik dat maximaal-denkbare voor de Vlamingen niet verder gaat dan enkele beperkte uitwisselingen van „in het bijzonder verfranste“ buitenwijken van de betreffende gemeenten, in ruil voor een overeenkomstig aantal „hectaren“ schaars bevolkte gebieden (groene ruimtes of plaatsen die veeleerVlaams zijn gebleven) van de Brusselse Regio. Het gaat om uitwisselingen van het soort die in ‘62/’63 werden overwogen door de ‘flamingantische’ CVP-voorman, Verroken: delen van Beauval tegen de oude dorpskern van Haeren… een voorstel dat toen geweigerd werd door de Franstaligen omdat ze hogere gemeentetaksen vreesden…

LDR: Is er overigens een verband tussen de Belgische communautaire conflicten en de separatistische trends die zich in verschillende streken van Europa voordoen?

LVG: Wij moeten niet vergeten dat achter het merendeel van de conflicten tussen gemeenschappen, men ongelijke verhoudingen vindt tussen een sterke gemeenschap en/of taal en zwakkere gemeenschappen en/of taal. Daarenboven speelt vaak ook een machtsstrijd mee tussen de „grote beschermers“ van die respectieve gemeenschappen. Zoals Claude Vos onlangs nog aantoonde in een tekst die in de Drapeau Rouge werd gepubliceerd, zien we dat progressieve identiteiten terugplooien naarmate de globalisering om zich heen grijpt en –als gevolg daarvan, de bevoegdheden van de Verenigde Naties uitgehold worden. Deze middelpuntvliedende dynamica wordt bovendien gevoed door een toenemende neiging van de rijke gebieden om voor hun de aandeel van de rijkdom en inkomsten voor zichzelf te houden i.p.v. die –zoals tot nog toe gebeurde- te herverdelen in het kader van die VN. Zelfs binnen het kader van Europa, wil men dat steeds minder.
„Het Belgische geval“ is natuurlijk onderhevig aan deze zelfde ideologische evoluties en afbrokkeling van de solidariteit die op korte termijn de sociale verworvenheden van de minst bedeelde gebieden bedreigt, maar op middenlange termijn ook deze van de ‘locomotief-landen’.

DR: Hoe ziet u een links politiek antwoord op de huidige Belgische crisis?


LVG: Het is vooral van belang dat de arbeidersbeweging, met zijn vakverenigingen en zijn progressieve bondgenoten aan beide kanten van de taalgrens, zich met veel meer kracht distantiëren van die partijen en die trends ter rechterzijde en ter centrum-rechter zijde, die aansturen op een escalatie. En men een werkelijk constructieve onderhandeling eist met het oog op de consolidatie van de sociale solidariteit, de versterking van de weerstand tegen de transnationale economische en financiële herstructureringen, en de voortzetting van redelijke compromissen op het eigenlijk communautair terrein (met inbegrip van territoriale onenigheden) en de invoering van een echt unitair federalisme.
Want het uiteenvallen van België zou niet alleen twee of zelfs drie ministaatjes opleveren, maar ook de regressieve transnationale kapitaalsgroepen nog meer vrij spel geven dan ze nu al hebben.
Pablo RODRIGUEZ voor de Drapeau Rouge, vertaling: Jaak Perquy


Nieuws
Documenten
Standpunten
Contact
Nationaal
Regio's
kameraad.webmaster@kp-online.be
Lid worden
Toplinks
Belgische links
Internationale links
Verwante partijen
Bestellen
Tina
Zoeken