Logo KP Kommunistische partij
Louis Roth (1923-2006) Een bescheiden werkmier.
(30/1/2007)

Van die Antwerpse communisten die in stad en ommelanden bekendheid verwierven, komt Louis Roth naar ik meen op de tweede plaats. Na Jef van Extergem en vr alle anderen. Of het moest Leo Michielsen zijn.
Hij was overal bij, deed overal aan mee, je zag hem overal, hij kende iedereen en iedereen kende hem. Tot ook voor hem de jaren wogen en de ziektes kwamen.
Een zittijd was hij provincieraadslid, twee zittijden was hij Antwerps gemeenrteraadslid. Hij was medeoprichter van de Algemene Centrale der Openbare Diensten, lid van het Centraal Comité der Kommunistische Partij van België, medeoprichter van het Vredescentrum dat tijdens zijn onderdak in het oude/nieuwe Deurnese Gemeentehuis zowat draaide op zijn werkkracht, zijn ijver, en de vele uren die hij er dag en nacht instak. Tot ik hem eens zei het even kalmer aan te doen en aan zichzelf te denken. Want zijn hart begon ervan te weten.
Hij was een man van zorgen, een piekeraar, iemand die altijd wel iets nieuws wou aanpakken, niet stil kon zitten.
Dat het met de communistische wereldbeweging slecht afliep, heeft hij zich diep aangetrokken. ..

Van zo iemand zou je het niet kwalijk nemen dat hij overal mee vooraan wou opstappen, bij de eersten zijn, de chefs, de boegbeelden.
Hij wàs een boegbeeld, maar zou er verlegen onder zijn geweest. Zeg maar dat hij iets tè bescheiden was. Mij zei hij eens thuis dat hij zich vooral een ambtenaar voelde, een secretaris, iemand die voor anderen de dossiers en teksten klaarmaakte en er blij om was dat zij nadien er goed mee konden uitpakken. Terwijl hij tevreden achteraan in de zaal zat. Zijn naam wees op een Duitse afkomst. De familie, tot en met zijn grootvader, kwam uit een stadje in Schleswig-Holstein, Marne dacht ik, niet zo ver van de Noordzee, ergens tussen de monding ven de Elbe en de Deense grens. Binnen KPB en vakbond of vredescentrum liet hij zich Roth noemen, kameraad of meneer, en rijmend op lot, tot, mot, kot. Of gewoon Louis, natuurlijk. Aan vreemden stelde hij zich voor met Rooth, met lange o-klank, zoals het hoort in het Duits. Toen het na de oorlog bij ons in den lande niet netjes stond, van Duitsen bloede te zijn, zat hij daar wel wat mee in. Van die herkomst en haar taal wou hij jarenlang niet geweten hebben. ‘k Kan het nog ni ‘oère...
Tot hij inzag dat daar geen enkele schaamte bij hoorde. De Hitlers komen en gaan, net als de Mussolini’s, de Franco’s, de heren Bush. Het Duitse volk bestond al eeuwen, overleefde het, en zal nog eeuwen bestaan. Wie het anders zegt, weet niet waarover hij praat. Juist, zei Louis op de duur.
Hij heeft het jaar 2007 niet gehaald. Drie en tachtig is niettemin een mooie leeftijd. Vooral als het om een mooi leven gaat. Ook zijn uitvaart heeft honderden mensen op de been gebracht, in een volle Chrysant en rond de strooiweide. Sommigen vonden het gebeuren wat te sober. Tja, er was kort voordien die van Albert De Coninck aan voorafgegaan.
Maar Louis zou het goed gevonden hebben. Met al die vrienden.
Jan Debrouwere


Nieuws
Documenten
Standpunten
Contact
Nationaal
Regio's
kameraad.webmaster@kp-online.be
Lid worden
Toplinks
Belgische links
Internationale links
Verwante partijen
Bestellen
Tina
Zoeken