|
De Internationale Arbeidsorganisatie, ILO stelt dat de globalisering geen nieuwe jobs creëert; en al zeker geen fatsoenlijke en fatsoenlijk betaalde jobs. Globalisering zorgt dus alleszins niet voor het terugdringen van de armoede.
Daling
1% economische groei zorgt slechts voor 0,38% groei van de werkgelegenheid (periode 1999-2003) en dat is een daling t.o.v. vroegere periodes. En bovendien gaat het dan vaak om slecht betaald werk in de zwarte sector. Het aantal mensen dat werkt en toch schandelijk weinig verdient, wordt steeds groter (28 miljoen extra mensen in die situatie in Subsahara-Africa tussen 1994 en 2004, 4,4 miljoen voor Latijns Amerika tussen ’94 en 2003). Het betreft vooral vrouwen.
Oost-Azië doet het beter. Daar is wel extra werk gecreëerd en werd de armoede enigszins verminderd.
Kloof
In West Europa en in Noord Amerika levert 1% groei in de dienstensector, respectievelijk 0,62 en 0,57% werkgelegenheidsgroei op. Voor Amerika betekende dat een daling van de werkgelegenheidsgroei tussen 1991 en 1999 en een nog sterkere daling sindsdien. Voor Europa betekende dat een verhoging tot aan 1999 en een (milde) daling sindsdien.
De ILO becijferde ook dat doorheen deze evoluties ook de kloof tussen de goedbetaalde werknemers en de slechtbetaalde werknemers alleen maar groeit en dus de ongelijkheid vergroot.
Concurrentie
De concurrentiepositie van de landen met veel goedbetaalde werknemers wordt er in tegenstelling tot hetgeen o.a. onze regering zegt, niet slechter op. Dat komt omdat die andere economieën te kampen hebben met een lagere productiviteit. De ILO stelt duidelijk: de Europese concurrentiepositie (t.o.v. de VS) werd aangetast door de lagere productiviteit in de primaire sector en de sterkte van de euro tegenover de dollar.
Markt
Verder toont de ILO aan dat de omschakeling naar een markt-economie in Centraal-, en Oost-Europa daar heeft geleid tot een drastische verhoging van de productiviteit, maar ook een drastische verlaging van de werkgelegenheid. Die landen hebben hun concurrentiepositie heel erg verbeterd, maar dat kwam helemaal niet ten goede van de bevolking: geen werkgelegenheid en geen hogere lonen.
Tenslotte is er in de bevindingen van de ILO m.b.t. de jongerenwerkloosheid, nog iets merkwaardigs vast te stellen. De jongerenwerkloosheid stijgt terwijl die jongeren steeds beter geschoold zijn en dus beter ‘aangepast’ zijn aan de arbeidsmarkt.
Jaak Perquy
Internationale Arbeidsorganisatie
|